vissen

NUON en RWE hebben in de Wilhelminahaven van de Eemshaven koelwaterinlaten gerealiseerd. Als de centrales in bedrijf zijn, wordt koelwater onttrokken aan de Wilhelminahaven en geloosd op de Waddenzee. Maar welke invloed heeft inzuiging van koelwater op de vissen in het gebied? Welke vissoorten komen er voor? En is de Wilhelminahaven een paai- en opgroeigebied voor bepaalde vissoorten?

 

Wat is onderzocht?

Tussen juli 2008 en juni 2009, voorafgaand aan de realisatie van de koelwaterinlaten, werd een eenmalig onderzoek verricht. Er was namelijk nog maar weinig bekend over de aantallen en soortensamenstelling van de vissen en de ecologische functie van de Wilhelminahaven voor deze dieren. Tijdens het onderzoek werd ook gekeken naar de aanwezigheid van Fint, Rivierprik en Zeeprik, doelsoorten vissen van het Natura 2000-gebied Waddenzee. De uitkomsten vormden de basis voor mogelijke maatregelen om inzuiging van vissen met het koelwater te verminderen.

hoe is het onderzocht?

Op drie locaties (de Wilhelminahaven, het Eems-estuarium en het Doekegat) werd onderzoek gedaan naar zowel het voorkomen van jonge en volwassen vissen als naar de aanwezigheid van viseieren en vislarven. Daarbij werden jonge vissen gevangen met een aangepast kuilnet en volwassen vissen met een zogeheten bongonet. Per onderzoeksgebied werden er vissen gevangen in de bovenste, de middelste en de onderste waterlaag. Deze verdeling is gerelateerd aan de diepte van de koelwaterinlaten in de Wilhelminahaven.

wat zijn de resultaten?

In totaal werden tussen juli 2008 en juni 2009 in de Wilhelminahaven, het Eems-estuarium en het Doekegat 27 verschillende vissoorten gevangen. Het grootste aantal soorten was afkomstig uit het Doekegat (21) en het Eems-estuarium (20). In de Wilhelminahaven lag dat aantal, met 14 verschillende soorten, beduidend lager. Fint, Rivierprik en Zeeprik werden in de Wilhelminahaven niet aangetroffen. Buiten de haven werd van de Zeeprik en de Rivierprik slechts een enkel exemplaar gevonden. Finten werden op geen van de drie locaties gevangen.

wat zijn de conclusies?

De onderzoeksresultaten wijzen er op dat in de Wilhelminahaven niet of nauwelijks voortplanting plaatsvindt en dat de haven geen noemenswaardige functie heeft als paaigebied. Uit de gevonden soorten blijkt echter wel dat de Wilhelmina een tijdelijke functie als verblijfgebied zou kunnen hebben. Zo werden in de haven voornamelijk niet-geslachtsrijpe Haring en in beperkte mate de Kleine zeenaalden aangetroffen. Mogelijk hangt dat samen met de betrekkelijke luwte van de haven in vergelijking met de sterke stromingen in de Waddenzee.
 
groningen seaport
nuon
rwe