wadvogels

Hoogwatervluchtplaatsen zijn belangrijke rustplaatsen voor de wadvogels in en rond de Eemshaven. Mogelijk hebben de werkzaamheden in de Eemshaven invloed op de aantallen vogels op deze plekken. Vandaar dat de aantallen vogels hier de afgelopen jaren in kaart zijn gebracht. Maar welke inzichten leveren de telgegevens op?

 

Wat is onderzocht?

Hoogwatervluchtplaatsen zijn onmisbaar voor wadvogels. Als er in de buurt van zo’n plek verstoring plaatsvindt, kan dat leiden tot lagere aantallen vogels. Dan vertrekken de vogels, waarvan sommige heel plaatsgetrouw zijn, wellicht naar elders. Daarom zijn tijdens het onderzoek ook de hoogwatervluchtplaatsen in en rond de Eemshaven, in het natuurontwikkelingsgebied in de Emmapolder en op de kwelder onder de loep genomen. De resultaten geven inzicht in de effecten van de aanleg van de centrales en de verdieping van de haven op de wadvogels.

hoe is het onderzocht?

Van 2007 tot en met 2009 zijn de wadvogels in en rond de Eemshaven diverse malen tijdens hoogwaterperiodes geteld. De tellingen waren bedoeld om de aantallen en het gedrag van de vogels vast te leggen en te kijken of de resultaten te koppelen waren aan de bouwwerkzaamheden. Vanaf 2010 werden in en rond het natuurontwikkelingsgebied in de Emmapolder en de Eemshaven vaste telgebieden aangehouden. Bij alle tellingen werd gebruikgemaakt van een verrekijker en een telescoop.

wat zijn de resultaten?

Het gemiddelde aantal pleisterende vogels per dag in de Eemshaven was in het najaar van 2007, dus vóór de bouwwerkzaamheden, ongeveer even hoog als na de bouw in 2013. In 2010 en 2011, de periode waarin er intensief werd gebouwd, was het gemiddelde aantal wadvogels ongeveer driemaal zo laag. In de aangelegde delen van de Emmapolder is, vanaf het moment dat er ondiep water en slikken aanwezig waren (2010), het gebruik van het gebied als hoogwatervluchtplaats sterk toegenomen. Op de kwelder was tussen 2008-2011 het gemiddelde aantal overtijende vogels bijna twee keer zo hoog als in de periode 2011-2013.

wat zijn de conclusies?

Tijdens de bouw van de beide centrales nam het aantal overtijende vogels in de Eemshaven af, maar namen de aantallen in de omringende hoogwatervluchtplaatsen juist toe. Na afronding van de werkzaamheden namen de aantallen in de Eemshaven zelf ook weer toe. En dat terwijl er ook na de bouwwerkzaamheden in de Eemshaven nog relatief veel activiteit was. De wadvogels lieten zich daarvan niet weerhouden om terug te keren. Toch had vrijwel niemand rekening gehouden met het herstel van de aantallen overtijende wadvogels na afronding van de bouwwerkzaamheden.
 
groningen seaport
nuon
rwe